Een Nieuw iconen lexicon

Wim van Loon
Uit: Eikonikon 87, 14

Theofánis de Kretenzer (Bathas) is mijn favoriete ikonenschilder. Op de Heilige Berg Athos heeft hij prachtig religieus schilderwerk nagelaten, onder meer in het Stavronikita- en Megisti Lavraklooster. Dat is internationaal beroemd. Opmerkelijk genoeg komt Theofánis’ naam als lemma niet voor in het nieuwe Ikonen Lexicon, waarin wel vele andere ikonenschilders worden genoemd. Dat viel me dus tegen. En dat niet alleen, maar daarover later meer.

Een Nederlandstalig boek over ikonen is een zeldzaamheid. Als er dan één wordt uitgegeven, en zeker een lexicon, zal menig ikonenliefhebber zich graag naar de winkel reppen. Maar in een monopoliepositie schuilen ook gevaren. In het land der blinden is immers éénoog koning. Het in het najaar van 2004 door Karin Braamhorst gepubliceerde Ikonen Lexicon is zonder meer zeer mooi uitgegeven en geïllustreerd met ruim tweehonderd afbeeldingen in kleur. Het oogt dan ook goed. De inhoud is echter van een zeer wisselende kwaliteit en vertoont constant blijken van haastwerk. Het Megisti Lavraklooster op Athos wordt bijvoorbeeld twee keer gesticht, een keer als Lavra (Laura) klooster, en later als Megisteklooster. Dat het Megiste Lauraklooster (of in modern Grieks: Megisti Lavra, is: het Grote Lavraklooster) één en hetzelfde complex betreft schijnt niet bekend te zijn. (p 42)

Met dit voorbeeld ben ik meteen bij een volgend punt van kritiek. De schrijfster toont, voor een boek van dit formaat, onvoldoende kennis van de Grieks-Byzantijnse en orthodoxe wereld. Dit blijkt onder meer uit de toch wel vele fouten en slordigheden in het gebruik en de schrijfwijzen van de Griekse woorden en namen. Advies van een ikonenschilder, deskundig op het terrein van de Griekse ikonen, begrippen en opschriften (en niet inscripties, zoals de auteur schrijft) had de kwaliteit van het boek zeker verhoogd. Het boek is naar mijn smaak te zeer op de Russische ikonenkunst(markt?) gericht. Van de ruim tweehonderd afbeeldingen hebben er helaas nog geen tien betrekking op Grieks-Byzantijnse periode.

Een ander bezwaar vind ik, dat de ikoon, een religieus voorwerp, in feite slechts als kunstobject wordt besproken (het is een discipline in de kunstgeschiedenis, zie Voorwoord). Te zeer komt een westerse kijk op ikonen naar voren. De moeder van Christus kan in deze context bijvoorbeeld beter aangeduid worden als de Moeder Gods dan als Maria. De oosterse kerk vereert immers meerdere Maria’s. De schrijfster had er daarom goed aan/gedaan bij een orthodox theoloog te rade te gaan. Dan had ze bovendien een zin als ‘de grenzen tussen geloof en bijgeloof waren niet zo scherp’ (p 11), als het gaat om de verering van ikonen, vermoedelijk niet zo genoteerd.

De inhoudelijke duidelijkheid en informatieve waarde van het lexicon lijden onder het ontbreken aan vooraf gestelde vereisten. De vraag hoe om te gaan met een niet-westerse religie en cultuur lijkt ten onrechte niet gesteld. Eén voorbeeld: een zin als ‘De inscriptie op Maria-ikonen is MR THOU (meter Theou, Moeder Gods)’ bevat drie, vier fouten. (p. 243) Zoals eerder gezegd betreft het een opschrift in het Grieks. Dat is voor de beoogde brede doelgroep niet duidelijk. Juister en informatiever zou zijn: het opschrift op Moeder Godsikonen is ?? ?? (Grieks voor: Meter Theou, Moeder Gods). Samenvattend kan ik zeggen dat het zonder meer fraai uitgegeven Lexicon een bulk aan informatie bevat die echter met de nodige voorzichtigheid moet worden gebruikt. Karin Braamhorst, Ikonen Lexicon. Warnsveld 2004, pp. 396 (Uitgeverij Terra, ISBN 9058971821, € 35,-)